Getal & Ruimte 12, 4 vmbo-b oefenen

12e editie · 4e klas Vmbo-b · Wiskunde

Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.

Bekijk de onderwerpen bij dit boek

Zo oefen je Overstaande hoeken

Een kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.

  Theorie

Uitdaging

Hoe reken je met overstaande hoeken?

Methode

Overstaande hoeken ontstaan wanneer twee (of meer) lijnen elkaar kruisen. In de afbeelding hiernaast zijn drie lijnen gekruist. Hierdoor zijn er zes hoeken ontstaan. De overstaande hoeken zijn in dit geval hoek 1 en hoek 4, hoek 2 en hoek 5, hoek 3 en hoek 6. Overstaande hoeken zijn altijd even groot.

In de afbeelding is ook gegeven dat $$\angle$$5 = 35° is. Dit betekent dat $$\angle$$2 ook gelijk is aan 35°. $$\angle$$1 is een rechte hoek en dus 90°. $$\angle$$4 is dus ook 90°.

 

Een gestrekte hoek heeft een hoek van 180°. Dit is een gestrekte lijn.  

Als we kijken naar de afbeelding met de overstaande hoeken zien wij zes gestrekte hoeken. $$\angle$$1 + $$\angle$$2 + $$\angle$$3 bij elkaar vormt een gestrekte hoek en is dus 180°. Ook is $$\angle$$1 + $$\angle$$6 + $$\angle$$5 een gestrekte hoek. Wij weten dat $$\angle$$1 = 90° en wij weten ook dat $$\angle$$5 = 35°. Nu kunnen wij uitrekenen wat $$\angle$$6 is.

180° - 90° - 35° = 54°

$$\angle$$6 = 54° (= $$\angle$$3)

Onderwerpen bij dit boek

Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.

Klaar om te oefenen?

Kies na aanmelden je boek en oefen de onderwerpen die jij nodig hebt.

Bekijk de mogelijkheden