Kijk naar de twee tabellen. Bij welke tabel hoort lineaire groei en bij welke exponentiële? Geef voor beide soorten groei ook de formule.
Tabel 1:
$$\newcommand\T{\Rule{0pt}{1em}{.3em}} \begin{array}{c|c|c|c} t & 0 & 1 & 2 & 3 \T \\\hline N \T & 10 & 20 & 40 & 80 \end{array}$$
Tabel 2:
$$\newcommand\T{\Rule{0pt}{1em}{.3em}} \begin{array}{c|c|c|c} t & 0 & 1 & 2 & 3 \T \\\hline N \T & 10 & 20 & 30 & 40 \end{array}$$
Uitwerking
Bij tabel 1 hoort exponentiële groei, want de hoeveelheid wordt steeds met hetzelfde getal vermenigvuldigd. De formule die bij een exponentiële functie hoort, heeft de vorm van N = gt · b. Om deze in te vullen, gebruiken we het stappenplan.
- Bepaal g.
$$\frac{20}{10} = 2$$
$$\frac{40}{20} = 2$$
$$\frac{80}{40} = 2$$
- Bepaal b.
Deze waarde kun je uit de tabel aflezen bij t = 0. In deze som is het goede antwoord 10.
N = 2t · 10
Bij tabel 2 hoort lineaire groei, want de hoeveelheid neemt steeds met hetzelfde getal toe. De formule die bij een lineaire functie hoort, heeft de vorm van N = at + b. Om deze in te vullen, gebruiken we het stappenplan.
- Bepaal a.
20 - 10 = 10
30 - 20 = 10
40 - 30 = 10 - Bepaal b.
Deze waarde kun je uit de tabel aflezen bij t = 0. In deze som is het goede antwoord 10.
N = 10t + 10